SeaQuest

Zomervakantie 2014 – deel 3 – Outer-Hebrides en Orkney’s

De derde week brengen we in de Outer-Hebrides en Orkney’s door; eilandengroepen in noordwest- en noordoost-Schotland. Ze hebben gemeen dat het kale ruige eilanden zijn zonder bomen, met hoge kliffen en veel natuurgebieden met vogels en in de zee veel zeehonden. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. De Hebrieden zijn veel minder gecultiveerd, zeer christelijk, Gealic achtergrond en wat verlatener.
De Orkney’s zijn meer ontwikkeld, geheel niet christelijk, Scandinavische achtergrond en toegankelijker. De mensen zijn op beide eilandengroepen ontzettend vriendelijk. En het is heel erg leuk om deze gebieden te kunnen bezoeken en te leren kennen. Nu aan het einde van de derde week liggen we nog in de Orkney’s in afwachting van goed weer om terug te zeilen naar huis. Ex-Bertha zorgt op dit moment voor storm op de Noordzee. We denken woensdag 13 augustus te kunnen vertrekken.

De derde week van dag tot dag. Na de beroerde nacht waarin we ankerwacht hebben gehouden en daardoor nauwelijks hebben geslapen ontbijten we stevig met een gebakken ei met spek. Om ons klaar te maken voor de 40 mijl naar Stornoway, Outer-Hebrides. In de ochtend is de harde noordenwind steeds minder geworden en als we rond het middaguur vertrekken is er heel weinig wind. Maar er staan nog behoorlijk hoge golven, zo merken we als we de baai uitgevaren zijn. Precies uit de richting waar we naar toe moeten. Niet fijn. Maar andere opties zijn door deze hoge golven ook niet fijn. Dus doorbijten maar weer. We nemen alle vier een comfortabele ligstand aan om niet ziek te worden.

Bij Toine en mij dit keer extra kritisch vanwege de slechte nacht. We doen er uiteindelijk 7 uur over en de eerste drie uren zijn het vervelendst. Daarna dempt de zee steeds verder uit, er staat immers bijna geen wind, en de laatste twee uren zijn heel rustig met de Buiten-Hebrieden mooi in zicht. Om 19.00 uur meren we af in de nieuwe jachthaven van Stornoway. We worden zeer vriendelijk ontvangen. We hebben tijdens de tocht heel weinig gegeten en rammelen van de honger. Op aanwijzing van de havenmeester komen we in een prima restaurant terecht met heel erg lekker eten. Plotseling zoveel eten met wijn erbij gaat bij Mira wat snel; even buiten in de frisse lucht helpt. We maken een prima nacht.


De volgende dag verkennen we ‘Haris’ met een gehuurd autootje. (Zeker in Toine’s ogen een erg klein autootje-;). Het zijn nog flinke afstanden door een zeer ruig landschap. We lunchen in Talbert, rijden helemaal naar de onderste punt van Haris en maken een leuke klifwandeling aan de noordwest kant van Harris. ’s Avonds op de boot eten we lekkere kaasfondue. Het is wat kouder en we zitten lekker binnen. Wat een heerlijke ruimte hebben we daar. Bij de Brandaan zetten we altijd de kuiptent op, op de SeaQuest kruipen we lekker naar binnen en doen de luiken dicht.

De volgende dag gaan we weer op pad met het autootje. Dit keer wat minder ver rijden over Lewis. We bezoeken ‘standing stones’, een pre-historisch dorpje en we maken een mooie wandeling op de meest noordwestelijke punt van de Hebrieden. Echt aan het einde van Europa.

De laatste dag doen we rustig aan. Eline en ik gaan hardlopen en doen de hockeyoefeningen. ’s Middags om 14 uur vertrekken we voor de tocht van 110 mijl naar de Orkney’s. Het eerste deel over een rustige zee met weinig wind. Rond het avondeten zien we ruim een uur lang veel dolfijnen om ons heen. Twee hele grote dolfijnen die een tijdje mee zwemmen met de boot. En veel kleine dolfijntjes die in de verte sprongen maken uit het water.
Dat blijft een prachtig gezicht. Rond 22 uur zijn we bij Cape Wrath en eenmaal om de punt trekt de wind steeds verder aan. De rest van de nacht zeilen we alleen met de genua en de wind pal van achteren, windkracht 5-6. De golven bouwen redelijk op en duwen de boot heen en weer. Geen koers om lekker te slapen. Om 6.30 uur varen we door de Hoy Sound de Orkney’s binnen en komen we in het stadje Stromness aan. Om 7.00 uur liggen we goed vast en duiken we allebei het bed weer in.

De meiden zijn vroeger wakker dan wij en gaan alleen de kant op om brood te halen. Het is prachtig zonnig weer en we brengen een rustig dagje op de boot door. Het is een mooie jachthaven met naast ons een aantal boten uit Noorwegen, USA en drie andere Nederlanderse boten. Met de bemanning van één van die boten hebben we vijf jaar geleden samen de weercursus gedaan. We willen een autootje huren maar dat lijkt moeilijk omdat alle verhuurbedrijven ‘fully booked’ zijn. Gelukkig lukt het de volgende morgen bij een klein verhuurbedrijfje hier dichtbij.

Wederom is het prachtig zonnig weer en we maken een mooie tocht over ‘west-Mainland’. We bezoeken diverse archeologisch interessante plekken (het is hier een walhalla voor archeologen), zoals het pre-historische dorpje Skara Brae, overblijfselen van een Noorse kerk bij Birsay, de prachtige Broch of Gurness en de standing stones van Brodgar. Gecombineerd met korte wandelingen langs de hoge rotskusten. Vooral Skara Brae is indrukwekkend; een zeer goed bewaard gebleven pre-historisch dorp (3000 v Chr) doordat het pas in 1950 ontdekt is toen een storm de duinen weggeslagen heeft waar het dorpje goed geconserveerd onder lag.

De afstanden zijn kleiner dan op de Hebrieden en het is veel bewoonder met schapen in weilanden met hekken ipv loslopend zoals op de Hebrieden. En er zijn veel koeien waar de beroemde Orkney-beef vandaan komt. Dat proeven we ’s avonds in een restaurantje en dat smaakt inderdaad heerlijk.
De volgende dag is het iets minder weer en ’s middags regent het de hele tijd. Maar we trekken er toch op uit, dit keer naar de oostkant van het ‘Mainland’; een eilandengroep die met vier dammen aan elkaar vast zijn gemaakt.

De ‘Churchill Bariers’ die Churchill heeft laten bouwen aan het begin van de tweede wereldoorlog om de ‘Scapa Flow’, het gebied waar de Britse navy lag, te beschermen voor Duiste onderzeeboten. Even daarvoor was een Duitse onderzeeër binnengedrongen en heeft een Brits schip tot zinken gebracht met ruim 800 doden. Er liggen nog meer wrakken op de bodem van de Scapa Flow, want ook in de 1e W.O. is hier van alles gebeurd w.o. een Duitse vloot die zichzelf tot zinken heeft gebracht toen de oorlog was afgelopen en ze gevangen genomen waren door de Britten.

Italiaanse krijgsgevangen zijn ingezet voor het bouwen van de dammen. Voor zichzelf hebben ze een prachtig klein kapelletje gebouwd vol met mooie schilderingen. Tijdens een korte wandeling langs wat verdedegingswerken uit de 2e W.O. worden we zeik nat door de regen. We rijden nog wat rond, stappen niet meer uit, en houden het op tijd voor gezien om te kunnen drogen op de boot. ’s Avonds kijken we twee films. We houden dagelijks het weer goed in de gaten om te kunnen bepalen wanneer we terug kunnen varen naar huis. Dat zit er de komende dagen nog niet in; de restanten van de orkaan Bertha zorgen voor stormen op de Noordzee. We zouden nu wel een stukje verder kunnen, maar dan moeten we na een etmaal stoppen in een veel minder leuk deel van Schotland. Dus we blijven maar gewoon hier.

De derde dag zouden we eigenlijk het autootje weer in moeten leveren maar de lucht is helemaal blauw en waarschijnlijk is dit de laatste mooie dag. Mira trommelt iedereen op tijd het bed uit om de ferry naar het eiland Hoy te kunnen halen. En dat is een goede keuze … Hoy (betekent in het Noors ‘hoog’) is het hoogste eiland met een ruig landschap, de hoogste klif van Great Britain en een mooie losstaande rots genaamd ‘The Old Man’. Daar maken we een wandeling van ruim twee uur heen en terug naar toe in de stralende zon. We verkennen daarna met de auto de rest van het eiland en nemen om 16.30 uur de ferry terug naar het ‘Mainland’. Een leuk dagje die dat we afsluiten met een heerlijk en gezellig etentje in een klein familierestaurant. En hiermee sluiten we de derde week van de vakantie af.