SeaQuest

Via Cape Cod, Boston en Maine naar Canada

We verblijven ‘maar’ een week in een fantastisch zeilgebied waar je gerust maanden zo niet jaren in kunt vertoeven en dan nog telkens iets nieuws zult zien. Door het 10 mijl lange Cape Cod kanaal is het zeilgebied van de Long Island Sound (met eilanden als Block Island, Martha’s Vineyard en Nantucket) verbonden met de Boston-area en de gehele kust van Maine met talloze eilandjes. Het zeilseizoen start pas rond 1 juni en het echte seizoen is in juli en augustus. Wij pakken maar een tipje van de sluier mee maar snappen heel goed dat Dave en Sally hier graag wonen en in de zomermaanden vooral zeilen. 

 

Meteen na aankomst worden we zeer hartelijk ontvangen door Dave en Sally bij de dingy dock en worden we meegenomen naar hun huis op een paar minuten loopafstand met uitzicht op de baai. Een mooi oud houten huis en een sfeervolle grote tuin waar kleine humming birds rondvliegen. Dave en Sally zijn echte zeilers en hebben ook veel met hun drie kinderen gezeild (die nu in de 30 zijn met jonge eigen kinderen). 

Dave helpt ons met het huren van een auto en in de middag verkennen we het zuidelijke deel van Cape Cod. Het hele eiland is heel bosrijk en heuvelachtig met mooie zandstanden en duinen aan de kust. Het heeft wel wat weg van Vlieland, maar dan veel groter. En soms doet het ons denken aan de Holterberg maar dan met elektriciteit-palen boven de grond. Een prachtige omgeving, tot nu toe enigszins mysterieus en vooral bekend vanuit films; super om hier nu zelf te zijn. De eerste avond borrelen en eten we heerlijk en gezellig bij Dave en Sally en hebben we elkaar veel (zeil)verhalen te vertellen. 

 

De tweede dag is de meest zonnige dag met een prima temperatuur en verkennen we aan de oostkant van Cape Cod het Nationale Park ‘The Seashore’ en het dorpje Chatham. We eten een heerlijk broodje kreeft voor lunch en lezen daar in het krantje van het nationale park dat die grote beesten die we de laatste dag zagen zwemmen, ‘great white sharks’ zijn. Die worden 4-6,5 meter lang en eten vooral zeehondjes. Op diverse plekken waarschuwen ze dat je nooit in de buurt van zeehondjes moet gaan zwemmen. Nou trekt het ons so wie so niet om in water van 8 graden te gaan zwemmen 😉. We maken een leuke wandeling, stoppen op verschillende plekken langs het strand en bij vuurtorens en krijgen zo een heel goed beeld van dit deel van Cape Cod. Nu nog lekker rustig, in de zomermaanden overspoeld met toeristen. 

De derde dag is een rommeldagje. Eline en ik gaan hardlopen en Dave gaat met Toine mee op de boot naar de tanksteiger verderop in hun haven. Tussen allerlei ondieptes door handig om dit met lokale kennis te doen. We hebben een paar dagen geleden twee grote dozen ministeck voor de meiden bij Amazon besteld en bij Dave laten bezorgen. Net zoals 8 jaar geleden voor de meiden een mooie bezigheid tijdens het varen. De dozen zijn aangekomen en worden gretig in ontvangst genomen. In de middag gaan Toine en ik boodschappen doen en de meiden doen wat school (samen natuurkunde VWO 5 herhalen 👍). We zijn de hele middag weg, oa naar R&W Ropes, een fantastische grote winkel waar ze allerlei soorten lijnen en touwen verkopen. We hebben namelijk een nieuwe genua-schoot nodig want die hebben we onderweg vanuit Florida flink beschadigd door een kapotte katrol; we kopen er maar meteen twee. We zijn precies op tijd thuis om Dave en Sally op de SeaQuest te ontvangen voor een borrel en eten. We krijgen een grote zak eigengemaakte ‘chocolate chips cookies’ kado, voor als we naar het noorden varen. Wederom een super gezellige avond met veel zeilverhalen. 

 

De laatste dag rijden we met de huurauto de 1,5 uur naar Boston. Een prachtige stad die we in de ochtend lopend en in de middag met een trolley bus verkennen. Zeker als het in de middag regent is het handig in zo’n hop-on hop-off bus te kunnen stappen. Zo krijgen we een goede indruk van deze soms on-Amerikaanse stad. Dat stond al lang op het lijstje, m’n English teacher heeft er lang gewoond en veel over verteld; ook erg leuk om hier nu zelf een dagje te zijn. Als we ‘s avonds laat de huurauto terugbrengen kunnen we daarna meteen met een Uber taxi terug naar de boot. Een prima en efficiënt dagje 😉. 

 

Na vier dagen is er een mooi weervenster om weer verder te gaan. We vertrekken om 7 uur voor de zeiltocht van 190 nm naar Frenchboro in Maine. Nova Scotia is niet bezeilbaar, vandaar dat we in Frenchboro een tussenstop maken, ook al is dat wel wat om. Ook hebben we van de Dutch gehoord dat dit een mooie en bijzondere plek is. De hele boot zit onder knal geel poeder dat van bomen af is komen aanwaaien. 

We motoren 1,5 uur door het Cape Cod kanaal onder drie hoge bruggen door met het eerste deel van de stroming mee. Aan het einde van het kanaal komen we opeens in enorme golven terecht (stroming mee en wind tegen in de pijpenla van het laatste stukje kanaal) en worstelen we ons samen met twee catamarans naar buiten. Eenmaal op zee wordt het iets rustiger en zeilen we met rif 1 in groot en genua hoog aan de wind naar het noorden. Tot midden in de nacht is het stevig zeilen, niet zozeer vanwege de wind (bft 4), maar door de combinatie van hoog varen en een rommelige zee met relatief hoge golven. Een goede test voor de waterdichtheid van de boot want er komt regelmatig een enorme hoeveelheid water over de boot. De combinatie van hoe de bijboot ligt en de luchthapper in de voorpunt is niet waterdicht; de matrassen worden nat. Ook lekt het dekraam in de kajuit wat druppels water. Het anker klapt regelmatig iets omhoog vanwege de golven die er tegenaan komen. Voortaan ruimen we het bijbootje weer op en borgen we het anker met een extra lijn. Het insmeren van de rubber raamlijsten met vaseline komt op de kluslijst. 

 

Pas na 0.00 uur draait de wind naar het zuiden-oosten en wordt de zee vlakker. De hele nacht kunnen we heerlijk zeilen met halve wind (bft 3-4) onder een heldere hemel met veel sterren en de halve maan. Er is hier dus niet altijd mist 😊. Na 6 uur trekt de wind wat aan en is het vooral intensief varen tussen alle duizenden lobster potten door. Dave had hier ons al voor gewaarschuwd. De hele kust van Maine ligt vol met lobster potten. Regelmatig moeten we uitwijken, maar gelukkig hebben we goed zicht. We zijn blij als we om half 11 goed en wel aan een mooring in de kleine baai van Frenchboro liggen. Het was geen tocht voor watjes zoals Toine dat altijd zegt 😉. Een uur later begint het te regenen en harder te waaien. Goede timing in een precies passend weervenster!

Frenchboro is het enige dorpje op het eilandje Long Island (dat overigens niet lang is maar klein en rond) met ongeveer 60 huishoudens, een kerk, een bibliotheek en een school met op dit moment 4 schoolgaande kinderen. Honderd jaar geleden waren er in deze regio nog 300 bewoonde eilandjes, nu zijn het er nog maar 14, en toen waren er hier 75 schoolgaande kinderen. De baai is prachtig met hoge rotsachtige oevers, vol met vissersbootjes en houten huisjes op de kant met stapels lobster potten op de steigers. Het eiland ligt vol met mooie wandelpaden door het bos en langs de kust (in totaal zo’n 18 km). Een bijzondere plek. 

 

In de gids staat dat er bij de huur van de mooring gratis wifi inbegrepen is. Vooral Marinthe is daar heel blij mee en kan niet wachten de kant op te gaan. Helaas is The Deli (die de moorings verhuurt) dicht en er is niemand te bekennen. Wat nu?

Het is koud en het regent, maar we gaan toch maar even in het dorpje kijken. Daar bellen we uiteindelijk bij een huis aan. Een aardige vrouw doet open en vertelt ons dat The Deli gesloten is tot 1 juli, maar er is een bibliotheek met free wifi en ze geeft ons een kaartje met de wandelroutes. De bibliotheek is prachtig met een grote verzameling boeken en een paar computers en wifi. En dat voor zo’n klein dorpje. Altijd open maar niet verwarmd. De rest van de middag en ook de hele volgende dag brengt Marinthe in de bibliotheek door. Ze zit er met een dekentje en een rugzakje met eten en drinken, helemaal happy 😅. Eline vaart op en neer met de bijboot en brengt er ook wat uurtjes door. Toine en ik ruimen de boot op en ik draai wat was. Het blijft regenen, de verwarming staat aan en het is gezellig binnen in de boot. De volgende dag maken we met ons drietjes een leuke wandeling in de miezer regen en de rest van de dag zijn Toine en ik weer gezellig op de boot. De meiden leren een jongen in de bieb kennen die hier woont, net klaar is met high school en regelmatig met z’n bootje kreeften gaat ophalen, maar ook heel wat uurtjes achter de computer in de bieb doorbrengt. Wat een ander leven. Leuk om daar wat van mee te krijgen. 

Dan is het weer tijd om verder te gaan. Het laagje is voorbij en er is een mooi weervenster met heel weinig wind. Door alle regen is de boot weer helemaal schoon en het gele poeder is verdwenen 😉. We vertrekken om half 11 voor de tocht van 260 nm naar Halifax in Nova Scotia. Het is bijna windstil en de zee is vlak. Zelfs de zon laat zich af en toe zien. In deze omstandigheden is het geen enkel probleem de vele lobster potten te omzeilen. We zien verschillende zeehonden zwemmen, en ook weer zo’n ‘great white shark’. Om 18 uur ‘s avonds passeren we de grens … we verlaten de US en varen de wateren van Canada binnen. We hebben ons de afgelopen maanden af en toe wel eens zorgen gemaakt over visumstatus en of we de gehele periode in de US zouden kunnen blijven. Nou, het is gelukt!!!!

 

In de avond trekt het helemaal open en zien we een mooie ondergaande zon. We motoren de nacht in onder een heldere sterrenhemel met heel veel sterren en ronden in de vroege ochtend de zuidpunt van Nova Scotia. Een berucht gebied met stroomrafelingen die vervelende tij-zeeën kunnen veroorzaken. Niet in deze omstandigheden met bijna geen wind en op moment van kentering en doodtij 👍. De hele nacht zien we veel vissersboten om ons heen en af en toe moeten we er voor uitwijken. De zeetemperatuur zakt tot 4,5 graad en het is koud. Heerlijk dat we een goede verwarming aan boord hebben zodat we het binnen warm kunnen houden. De wachten doen we dan ook vooral binnen vanaf het scherm (gespitst scherm voor navigatie en daarnaast radar) en af en toe buiten rondkijken. De meiden slapen het klokje rond. 

Overdag varen we langs de oostkust van Nova Scotia de laatste 100 nm naar Halifax. We appen wat met de Dutch en die regelen alvast een plekje voor ons in de jachthaven. Het zonnetje schijnt volop en we kunnen prima buiten zitten. We zetten de klok een uur vooruit (dat is alvast 1 van de 6 uur 😉). In de middag gaat de motor uit en kunnen we de rest van de tocht zeilen met wind van achteren tot de haveningang van Halifax. Rond 1.00 uur zijn we daar en motoren we het laatste stuk tussen alle boeien door naar de jachthaven toe met hulp van navigatiescherm, radar, thermische camera (werkt heel goed) en eigen zicht. Om 3.30 uur liggen we en na een kort telefoontje naar de immigration zijn we ook officieel toegelaten tot Canada! 

We liggen in de jachthaven waar we precies 9 maanden geleden zijn gaan kijken met de verwachting dat de SeaQuest daar zou aankomen. Bijzonder om hier met eigen boot te zijn. Dat voelt opnieuw als een hele mijlpaal!